De vrouwelijke cyclus

 

De ovulatie

Een gemiddelde menstruatiecyclus duurt 28 dagen. De cyclus begint op de eerste dag van de menstruatie en eindigt op de dag voor de volgende menstruatie. De eisprong, ook wel ovulatie genoemd, vindt plaats ongeveer veertien dagen voordat je weer ongesteld moet worden. Een eicel heeft slechts 15 seconden nodig om zich te bevrijden.

Naar de bevruchting

De eicel blijft na de eisprong een paar uur leven, maar zaadcellen leven veel langer. Die kunnen het soms wel een week of langer volhouden. Dat betekent dat je gemiddeld zeven dagen vruchtbaar bent. Je hebt 3 keer meer kans bevrucht te worden binnen de 12 uur volgend op de ovulatie dan tijdens de 7 dagen die de ovulatie voorafgaan.

De bevruchting

Na het samenkomen van de eicel en een zaadcel, beweegt de eicel in de richting van de baarmoeder en komt daar na vijf tot zeven dagen aan. Ondertussen vindt er al een aantal celdelingen plaats. Daarbij hoopt zich vloeistof in de eicel op, die de cellen uit elkaar duwt. Zo ontstaat een holle bol, die zich aan het slijmvlies van de baarmoeder hecht. Is die zogenaamde innesteling succesvol verlopen, dan komt er een dun vliesje over de celbol, de placenta wordt gevormd en de voedselvoorziening via de bloedbaan van de moeder kan beginnen. Verloopt de innesteling niet goed, dan sterft de bevruchte eicel af en volgt er gewoon weer een menstruatie. Een eicel is 0,12 mm groot. En dat is maar liefst 85.000 keer groter dan een zaadcel.

Een langere cyclus

De periode tussen de eisprong en de volgende menstruatie is bij iedere vrouw vrij constant. De tijd tussen de menstruatie en de eisprong kan variëren, bijvoorbeeld door stress of door reizen. Dat merk je dus doordat je later ongesteld wordt.

De menstruele cyclus

Onderstaand schema stelt een cyclus van 28 dagen voor.

De menstruele cyclus