De lichaamstemperatuur: definitie



Ons lichaam wint en verliest voortdurend warmte. Het geheel van deze schommelingen resulteert(*) in een bepaalde temperatuur: de zogenaamde lichaamstemperatuur.

De ‘normale’ lichaamstemperatuur ligt tussen 35,5 °C en 37.8°C. Zij kan lichtjes variëren naargelang van:

  • het moment van de dag: lager ‘s ochtends en hoger ‘s avonds (+ 0,5 °C tussen 6 en 18 uur);
  • het seizoen en de buitentemperatuur: lichtjes hoger in de winter;
  • de leeftijd;
  • het geslacht: bij vrouwen is de temperatuur lichtjes hoger (+ 0,2°C) dan bij mannen. Zij stijgt overigens met 0,5 °C tijdens het tweede deel van de vrouwelijke cyclus;
  • de positie tijdens de meting: ongeveer 0,3 % lager in zittende positie dan in staande positie;
  • het individuele metabolisme;
  • verschillende factoren zoals alcohol, stress, fysieke inspanning, kleding ...

(*) Dit evenwicht wordt geregeld door een interne ‘thermostaat’ die zich in de hersenen bevindt, meerbepaald in de hypothalamus.

De meeteenheid

Temperatuur wordt meestal uitgedrukt in graden Celsius (°C). Zij kan ook uitgedrukt worden in graden Fahrenheit (°F).

37°C = 98°F